Loslaten

Ze huilt. Ik voel haar verwoede pogingen, om zichzelf weer onder controle te krijgen, door de telefoon heen. Ik ben gewoon maar even stil, en geef haar de ruimte om zichzelf te herpakken.

Met een van emotie verdraaide stem, verontschuldigt ze zich. ‘Ik begrijp het hoor, echt’, zeg ik, ‘als het om mijn moeder zou gaan, zou ik me precies hetzelfde voelen’.

Ze zorgde al heel erg lang voor haar moeder, had haar jaren geleden al liefdevol in haar eigen huis verwelkomd. Zelf was ze al jaren weduwe, en zo konden ze elkaar gezelschap houden. Fijn dat haar oude moeder niet alleen was, in dat veel te grote huis. En het was heerlijk om na haar werk niet in een donker en stil huis thuis te komen. Nu kon ze weer voor iemand koken, gezellig samen eten, in plaats van met dat bord op schoot voor de televisie te schuiven.

Maar net als bij haar moeder, gingen de jaren nu ook voor haar tellen. Haar oude moedertje haalde haar elke nacht uit haar slaap omdat ze dementie had. Ze raakte verwarder, elke dag een beetje meer, zo leek het tenminste. En die zorg, die viel haar elke dag wat zwaarder, iedere dag een beetje meer. Nu ze zelf geopereerd moest worden, kon ze niet langer meer zorgen, en die keuze voelde loodzwaar en onmogelijk. 

‘Ik ben blij, verdrietig, opgelucht maar ook terneergeslagen over dat afscheid’, zegt ze, en die snik klinkt nog door in haar stem, en ik voel het ook allemaal tegelijkertijd. ‘Ik ben zo verschrikkelijk blij dat er een passende plek voor haar gevonden is, waar ze de rest van haar oude dag kan slijten. Maar tegelijkertijd ben ik zo verdrietig dat ze dat laatste stukje van haar leven niet meer dicht bij mij is’.

We praatten nog een poosje, zij en ik, want mooie gesprekken zijn waardevol. Een ruime week later verhuisde haar moeder naar die passende plek. Ze was dankbaar dat ze haar zelf nog naar die nieuwe plek kon brengen, dat ging nog net, want de dag erna werd ze zelf in het ziekenhuis opgenomen voor die operatie.

‘Ondanks het verdriet, overheerst de dankbaarheid’ zei ze me een paar weken later, toen ik haar nogmaals aan de telefoon had. ‘Het heeft mij heel veel rust gegeven dat er nu zo goed voor haar gezorgd wordt’. En dat, dat was voor mij zonder twijfel het allerbelangrijkste.

Breekbaar

Wat is ze mager, dacht ik bij mezelf toen ze de deur voor me opendeed, uitgemergeld bijna. Samen met mijn collega’s hadden we een hele poos voor haar echtgenoot gezorgd, die zo graag thuis wilde sterven. Een paar weken ervoor had hij het leven los moeten laten. En nu zorgden we met liefde voor haar. Ze had haar heup gebroken na een ongelukkige val, en was net thuisgekomen uit het ziekenhuis. Haar tengere lijf was magerder dan ooit, en de fysieke pijn trok diepe lijnen in haar gezicht. Mijn hart kromp samen van dat schrijnende beeld dat ik voor me zag.

‘Er zijn zoveel mensen slechter af dan ik’ zei ze, dus vond ze dat ze niet mocht klagen. Ik was het oneens natuurlijk, ik vond het vooral zorgelijk en onverantwoord dat ze alleen thuis was. Dus terwijl ik voor haar zorgde, kaartte ik het bij haar aan. ‘Zou het niet fijn zijn om nog ergens kort te verblijven om wat aan te sterken zei ik, om eerst nog verder op te knappen en dan pas weer naar huis te gaan’? ‘Kan dat, vroeg ze hoopvol, want dat zou wel echt fijn zijn, ik voel me nog zo zwak’. Dus belde ik met haar zoon, die zich ook echt veel zorgen maakte, en belde naar de huisarts voor een verwijzing. De rest van de dag ging ik naarstig op zoek naar een plekje voor haar. Die hele vrijdag, de dag dat ze thuiskwam uit het ziekenhuis, ben ik tussen alle zorgmomenten door aan het bellen geweest om haar ergens kortdurend opgenomen te krijgen. Elke strohalm greep ik aan. Deze kwetsbare dame alleen thuis, dat voelde eenvoudigweg niet goed.

Na heel veel strijd, en heel veel argumenten, kreeg ik die vrijdagmiddag op de valreep groen licht. Er was ergens een plekje gevonden en de maandag erop mocht ze komen. Wat was ze blij en opgelucht dat het was gelukt om iets te vinden, in deze tijden van wachtlijsten, krapte en onmogelijkheden. En wat was ik dankbaar dat het me gelukt was.

De volgende ochtend vond haar zoon haar op de grond van haar slaapkamer; die nacht was ze overleden, helemaal alleen. Of een eerdere opname haar had kunnen redden zullen we nooit weten. Het zou kunnen dat haar lijf eenvoudigweg op was en was het haar tijd. Maar als ze wel opgenomen zou zijn geweest, dan was ze tenminste niet alleen geweest, die ene nacht, die nacht dat ze haar laatste adem uitblies. Want sterven in het donker van de nacht, helemaal alleen, op de kille vloer van je slaapkamer, dat wens ik mijn ergste vijand nog niet toe.

Meer lezen van Cynthia? Leuk ☺ Neem eens een kijkje op haar eigen website!

Nachtmerrie

Ze schreeuwt luidkeels door de gang; haar overduidelijke verdriet raakt me. Ik hoef haar niet te zien, om te voelen dat ze enorm van streek is. Ik loop de hoek om, de gang in en zie haar zitten. Haar rolstoel staat pontificaal voor de hoofdingang. Ze is volledig verloren in haar eigen wereld en zoute tranen stromen onophoudelijk over haar wangen. Haar mond staat open in onsamenhangende en luidkeelse wanhoop.

Ik loop naar haar toe, en onderweg zie ik de receptioniste haar schouders ophalen in een gebaar van machteloosheid. Ze weet niet goed wat te doen en ik begrijp het. Binnenkomende gasten ontwijken haar met een grote boog en een ongemakkelijke blik. Ik kniel op de grond naast haar rolstoel en pak haar hand. Haar handen klemmen zich om de mijne, en haar scherpe nagels dringen diep in het vlees van mijn handpalmen. De eerste minuten is er alleen maar die allesoverheersende paniek.

‘Zuster, het is niet waar, ik heb het niet gedaan’. Haar emotie emotioneert ook mij, want inmiddels ken ik haar verhaal. Deze herbeleving van een traumatische ervaring uit haar jeugd moet zij steeds weer doormaken, keer op keer op keer. Soms lukt het om haar op tijd af te leiden, voordat het verdriet haar volledig overneemt. Maar helaas ligt dat moment nu al ver achter ons. Ze zit al te diep in die herinnering, en haar nimmer eindigende nachtmerrie voert nu de boventoon. Ik praat een poosje geruststellend op haar in en neem haar onderwijl mee naar boven, terug naar haar afdeling, terug naar de rust. Om haar handen niet los te hoeven laten, stuur ik de rolstoel met mijn benen en ellebogen en dat is best een uitdaging.

Na een half uur begint ze uitgeput te raken en lijkt de grootste heftigheid eraf, ze praat en ze praat terwijl ik luister en haar voorzichtig probeer af te leiden. Omzichtig zet ik een groot dienblad vol natte bekers voor ons beider neus om af te drogen. Samen, want haar alleen laten is geen optie. Nog nasnikkend omhelst ze me, vraagt ze bevestiging dat ik toch wel echt weet dat ze het niet heeft gedaan, echt niet. Ik houd haar vast en knik. Ze is praktisch doof dus die geruststelling moet kort en duidelijk zijn, en lichaamstaal helpt daarbij. Dicht naast haar zittend drogen we af, beker na beker, en ik zie haar rustiger worden.

Na nog een half uur vallen haar ogen dicht, op dat rustige afgeschermde plekje in die nis halverwege de gang. Stil zit ik naast haar, weer met haar handen in de mijne terwijl zij slaapt. Het is een dagelijks terugkerend fenomeen, dit verdriet, en ik weet dat er over een aantal uur nog weer een golf aankomt. Of vannacht, als de angst haar uit haar slaap haalt. Voor nu geniet ik van de rust die ze nu ervaart, dat ze even uit die allesoverheersende angst is. Ook al is het maar voor even.

Meer lezen van mij? Neem eens een kijkje op cynthiapoen.nl

Waardevol

Elke ochtend stap ik blij mijn bed uit, echt. In alle eerlijkheid scheelt het per ochtend weleens een tikkie qua enthousiasme maar toch, blij. Juist omdat dat hele simpele van zelf uit je bed stappen, voor heel veel mensen niet is weggelegd.

De kwetsbaarheid van onze gezondheid, en vooral het onvoorspelbare ervan, dat voelen we momenteel allemaal aan den lijve. Juist omdat we er zelf eenvoudigweg geen invloed op hebben, niet volledig tenminste. Goed voor jezelf zorgen sluit dat ziek worden echt niet uit, was het maar zo’n feest. In een vingerknip kan je gezondheid op een hoop liggen, als een koorddanser met evenwichtsstoornissen.

Die rijkdom van steeds weer een nieuwe dag, is onbetaalbaar. Soms nemen we dat voor lief, en vergeten we de rijkdom ervan. In onze zucht naar meer, beter, en groter, verliezen we soms uit het oog wat zo heel erg belangrijk is. Dat hele fijne leven, dat al zo rijk is van zichzelf. Want die rijkdom van het leven zit ook zo heel erg in de eenvoud, in mooie momenten, in het liefhebben van elkaar. Die waarde van weer een nieuwe dag voelen we soms pas, als we weten dat die dagen samen ineens op zijn. Steeds opnieuw ben ik me bewust van die kwetsbaarheid, en soms word ik met brute kracht met mijn spreekwoordelijke neus op die feiten gedrukt.

In mijn werk is het aan de orde van de dag, die onverwachte verstoring in de balans van dat fijne leven. Hoe dat dagelijkse, waar je zo aan gehecht bent, zomaar ineens anders kan worden. En dat ineens dan ook nooit meer terugkomt, wat altijd zo gewoon was.

Dat klinkt een tikkie zwaar, ik weet het oprecht, maar het is de dagelijkse realiteit. Want na een jaar covid, ervaren we allemaal hoe het voelt als dat dagelijkse leven zomaar onverwacht op zijn kop staat. Als je ’s avonds ineens niet meer in je eigen vertrouwde bed ligt, waar je zo heel erg lang elke dag zonder nadenken instapte. Doordat ziek dat dagelijkse binnensluipt, en weigert te vertrekken.

Ook daarom ben ik elke ochtend vroeg buiten, en geniet ik echt van de geboorte van weer een nieuwe dag, ben ik me er intens van bewust hoe waardevol dat is. En vervelen doet het nooit, geen dag. Steeds opnieuw ben ik onder de indruk van weer een oogstrelende zonsopkomst, of beuk ik lachend tegen de wind in als het stormt. Zelfs als het pijpenstelen regent omhels ik grijnzend al dat water, want dat woeste weer is soms ook zo zalig. Dan spoelt dat brein weer schoon, van alles wat het soms laat verstoppen.

De waarde van die eigen regie, en dat nog volledig zelfstandig kunnen functioneren, elke dag opnieuw, dat is meer dan ooit, onbetaalbaar.

Meer lezen van Cynthia? Neem eens een kijkje op haar eigen website: cynthiapoen.nl

Gescheiden

‘Ik ga eraan kapot’ zegt hij wanhopig, zijn stem klinkt schor van emotie. Ik hoor hem zijn keel schrapen, in een verwoede poging om al dat verdriet weer onder controle te krijgen. Mijn hart krimpt ervan samen, want ook mijn ouders zijn kwetsbaar en op leeftijd. ‘Papa zoekt mijn moeder, dag en nacht, hij vergeet constant dat mama opgenomen is. Hij slaapt niet, en wij dus ook niet, we zijn kapot’.

Ik leef met ze mee en vind het zo treurig, steeds opnieuw. Want ik hoor een verhaal zoals het zijne helaas niet voor het eerst, en ik kan er wel van uitgaan dat het ook niet voor het laatst zal zijn. Een ouder echtpaar, dag na dag thuis moeizaam balancerend met hun steeds zwakkere gezondheid. Een echtpaar waar een van beide twee dementie heeft, en de partner uit alle macht probeert die regelmaat in huis vast te houden, die aanstuurt en instrueert ondanks die hoge leeftijd. En die vaak zo moe is, en de kracht mist om dat nog veel langer vol te houden. Die naast geliefde, ook ineens verzorger wordt en nog zoveel meer. Het is als afscheid nemen, terwijl die allerliefste er nog gewoon is, en eigenlijk ook weer niet, niet meer echt. Het is hartverscheurend in het kwadraat.

En toen viel corona hun leven binnen, en raakten ze beiden besmet. Net als hun kinderen, die bij toerbeurt zorgden voor hun ouders. Met een moeder die steeds maar zieker werd, en uiteindelijk opgenomen moest worden. Naar het ziekenhuis wilde ze niet, voor haar geen intensive care of andere kunstgrepen in dat laatste stukje leven. Heel stellig deelde ze mee dat ze geen polonaise meer wilde aan haar oude lijf. En zo kwam ze bij ons. Haar man was zijn kompas kwijt; zonder haar nam zijn verwarring steeds grotere vormen aan. Uur na uur was hij op zoek, volkomen uit het lood geslagen omdat hun normale rustige leven zo ruw was opgeschrikt. Jemig wat hij miste haar. Die dagelijkse routine zo bruut verstoord, het was voor hem ongrijpbaar, deze verandering. Dat was het moment dat zijn zoon met mij belde; moe, verdrietig en een tikkie radeloos.

Hun zoon en ik spraken elkaar uitgebreid over de mogelijkheden en onmogelijkheden. Ik luisterde vol medeleven naar zijn verhaal en het voelde ongelofelijk wreed dat ze nu gescheiden moesten worden. Ik zocht voor hem ook een fijne plek, al vond ik dat helaas niet dichtbij zijn geliefde vrouw. En ik volgde hun situatie, zoals ik zo vaak doe, want een casus als deze grijpt me altijd aan. Nog geen week later was het overduidelijk dat zij ging overlijden. Maar met vereende krachten zorgden de verpleegkundigen en artsen van beide locaties, dat ze nog even samen konden zijn. Die laatste dagen zat hij naast haar bed met haar hand stevig in de zijne. Wat was iedereen dankbaar dat ze samen waren. Ook toen zij het leven los moest laten, waren hun handen nog steeds innig verstrengeld.

In tijdsbestek van een paar weken, van samen thuis naar dit grote verdriet. De brute kracht en nietsontziende verwoesting van corona.

Meer lezen van Cynthia? Neem eens een kijkje op cynthiapoen.nl

Kwetsbaar

Gedwongen afhankelijkheid maakt kwetsbaar. Die machteloosheid om ineens overgeleverd te zijn aan de zorgen van een ander, ik las het vaak in iemands ogen. Dat gemis van eigen regie, en de soms rauwe pijn die dat met zich meebrengt. De eerste keer dat ik me daar echt van bewust werd, was toen ik een poosje in een revalidatiecentrum werkte.

Ik had die dag vroege dienst, en de gangen zijn nog stil en donker zo vroeg in de ochtend, de meeste revalidanten liggen nog diep verscholen onder de dekens. Een enkeling verschanst zich in het rookhok, nog wat verkreukeld van een onrustige slaap. De meesten hebben de hele dag een scala aan therapieën, dus start die dag standaard vroeg, uitslapen is er niet bij. Na de overdracht stap ik de mannenzaal op, en ik zie meteen dat hij al wakker is. Ik vul mijn waskommen en zacht pratend maken we contact met wat nietszeggende conversatie. Bijna even oud zijn we, ik op dat moment eenentwintig, hij is een jaar of vier ouder. Ongemakkelijk kijkt hij me aan, want hij weet wat er komen gaat. Ik ga hem wassen en dus moet dat gipskorset uit.

Dat gipskorset dat zijn bovenlichaam stevig en onwrikbaar in zijn greep houdt, dat ervoor zorgt dat de breuken in zijn ruggenwervel kunnen helen. Het korset heeft ritsen, zodat hij af en toe van dat ding verlost kan worden, en hij vindt het elke dag opnieuw spannend als hij even los moet. Voorzichtig maak ik de eerste rits los, en met rode wangen ligt hij te wachten tot ik de bovenkant eraf til en zijn bovenlichaam was.

Voorzichtig maak ik de ritsen weer vast en help hem op zijn buik, maak de ritsen weer los en was zijn rug. Hij slaakt een zucht van verlichting, als ik klaar ben, en niet alleen omdat dat gipskorset weer om zit. Ik moet wennen aan het feit dat ik tijdsgenoten verzorg, hij moet heel erg wennen aan het aanvaarden van die zorg. Zorg van een jonge vrouw, die hij normaal gesproken wellicht in de kroeg zou zijn tegengekomen. Nu ligt hij afhankelijk te zijn in al zijn kwetsbaarheid, tot ik zijn verzorging heb afgerond.

Het maakte een diepe indruk op mij, zijn overduidelijke strijd rondom die verzorging, gegeven door iemand die bijna net zo oud is als hij. Al die zichtbare emotie bij hem, ik moest me ertegen wapenen. Dat was pittig, vooral ook omdat ik toen nog zo jong was, zo onervaren. Tegelijkertijd professional en mens zijn, is soms een lastige combinatie, en steeds opnieuw is dat zoeken naar de balans. Jaren later lag ik zelf kort in het ziekenhuis, en moest ik zelf zorg ontvangen. En ik vond het net zo’n gevecht als hij dat toen vond, om me daaraan over te geven, een onbekende die aan mijn lijf zat. Alsof dat lijf een losstaand iets was, een object, in plaats van een mens met gevoel. Die ervaring, en die emotie, heb ik tijdens al die jaren zorgen voor een ander, altijd met me meegedragen.

Dat enorme kwetsbare, en die soms rauwe pijn, van dat afhankelijk zijn

Wil j meer lezen van Cynthia? Neem eens een kijkje op haar eigen website.

Vreemd huis

Je eigen plek, die ene veilige haven waar je zo heel erg thuis bent. Als dat ineens wegvalt, heeft dat ongelofelijk veel impact. Ik zie het nu gebeuren bij onze oudste. Door lekkages, achterstallig onderhoud en gevonden asbest in haar huurhuisje, moest ze halsoverkop haar veilige plek achterlaten. Compleet van slag stond ze laat in de avond huilend bij haar pap en mam voor de deur, de enige plek die ook nog voelde als thuis.

In mijn eigen herinnering staat mijn eerste verhuizing ook nog haarscherp afgetekend, elf was ik en dat nieuwe huis stond ver uit de buurt van de plek waar ik opgroeide. Die bal in mijn buik was levensgroot, en die laatste nacht in ons fijne oude huis, deed ik weinig meer dan huilen. Elke kier en elk geluidje kende ik, van dat fijne oude huis, en ik liet de vertrouwdheid van mijn kamertje vol tegenzin achter.

Dat is wat ik steeds meeneem in mijn werk, dat die vertrouwde plek waar je zo enorm aan gehecht bent, zo ontzettend van belang is. Die warme plek vol snuisterijen, foto’s, en herinneringen. De plek waar zoveel moois is gebeurd, waar liefde was of is, en waar kinderen en kleinkinderen rondrenden. Die prachtige plek waar vaak een heel groot deel van dat geleefde leven mee verbonden is geweest. Je eigen huis is een dierbaar bezit, en dat heeft weinig met grootte of luxe te maken, het is simpelweg die ene plek die zo enorm weerspiegeld wie jij bent. En waar je veilig bent, fijn binnen de omhelzing van die vier muren. Waar elke centimeter, soms een herinnering oproept.

Tijdens alle jaren thuiszorg was dit een extra aspect waar ik altijd enorm van genoten heb, dat zorgen voor al die mensen in hun verschillende huizen. Soms stond het stijfvol beeldjes en schilderijtjes, soms was het kaal en functioneel ingericht. Een huis vertelt een waardevol verhaal, over klein en groot verdriet, over vasthouden en loslaten. Het weerspiegelt soms de onmacht, en het onvermogen om er te blijven wonen. Schetst zonder woorden soms een pijnlijk beeld van verwaarlozing, maar toont tegelijkertijd ook de kracht van eindeloos doorzettingsvermogen.

Hoe heftig moet het daarom zijn om die fijne plek te moeten verlaten, als lichaam of geest het af laten weten. Door ouderdom of door ziekte. En juist daarom is die keuze voor een nieuwe plek zo razend belangrijk. Als het moment dan daar is, dat het thuis niet meer gaat, dan moet die nieuwe woonplek wel goed passen. Zodat dat nieuwe huis ook weer fijn voelt, ook al is het misschien niet meteen zoals thuis. Voor mensen met dementie is de stap helemaal enorm, dan wil je extra zorgvuldig zijn, want elke verandering levert zoveel meer verwarring op, en zoveel meer onrust. Voor hen is de wereld al zo’n onbegrijpelijke plek geworden.

Dat ik daar een bijdrage aan mag leveren, en dat het ook zo ontzettend vaak lukt, is prachtig. En voor mij elke dag opnieuw ongelofelijk waardevol.

Hoop

Nu het einde van het jaar naderbij kruipt, gaat dat terugkijken op wat achter ons ligt bijna als vanzelf. Gevoed door een verlangen naar betere tijden, naar anders. Want het afgelopen jaar werd bijna volledig ingekleurd door dat hele akelige virus. Zeker deze laatste weken van dat jaar.

Soms vraag ik me weleens af, hoe dat voor een ander moet zijn geweest, deze ervaring en alle bijbehorende beperkingen. We zijn met zijn allen zo gewend om steeds weer onze eigen keuzes te kunnen maken. En dat die vrijheid nu beperkt werd, maakte velen woedend en opstandig. Waar anderen berustend en gedwee oogden. Schouderophalend accepterend, wat voor nu onontkoombaar lijkt.

Ik denk vooral aan iedereen, die voor deze covid periode, al een deel van die vrijheid heeft moeten inleveren. Omdat ze tot de zogeheten kwetsbare groep behoren. Die groep mensen, die vaker afhankelijk zijn van de keuzes van een ander. Om op die manier altijd te zijn overgeleverd aan de zorg of de grillen van een ander, lijkt mij razend heftig. Al deze mensen kregen allemaal te maken met extra maatregelen. Nog meer beperkingen, bovenop de beperkingen die ze altijd al in hun dagelijks leven ervaren.

Wie ooit weleens in een ziekenhuis heeft gelegen, weet hoe het voelt als je moet wachten op zorg, op antwoorden van de dokter, om soms willoos te hopen op een vriendelijk gezicht en zorgzame handen. Op oprechte en echte aandacht, even helemaal alleen voor jou. Geen gehaast gedoe tussen neus en lippen door, terwijl verhitte piepers onrustig om aandacht vragen. Maar dat echt even die mens wordt gezien, die daar hulpeloos in dat bed ligt.

Dat hoop ik voor komend jaar, op die oprechte aandacht voor een ander, voor die kwetsbare mens die altijd al moet inleveren. Voor even of voor altijd. Omdat je niet alleen leeft, in het leven doe je het vooral samen. Zeker nu.

Ondanks alle beperkingen wens ik iedereen mooie feestdagen en een prachtige start van een liefdevol, voorspoedig maar vooral gezond jaar!